by Various Artists

Kopen!! Lekker boekje erbij ….

"Je bent pas echt op reis als je niet weet waar je terecht zult komen"
- Tom Waes

Saxon Pub SXSW 2014, 5 avonden met 30 bands

Voor de liefhebber een samenvatting

Home

Friends,

Na meer dan 5.000 kilometers, 10 x tanken, 8 hotels, 30 bands, 14 steaks, 3 x gedoucht, 1 x Mac Donald’s (Wifi), 10 x tas ingepakt, 1 x de vrouwen gebeld, 8 x koppijn, 3 onderbroeken, $ 387,30 tip, 15 weblogs met 131 lezers en 459 bezoeken, 30 Facebook berichten en 24 uur schrijven is het mooi geweest.

We komen er aan, poor and dirty …

Gerard en Henk

iPot ?

14 maart 2014

Vandaag vroeg op (uur of elf), tegen 13.00 uur waren we klaar voor de dag. We besluiten naar Threadgills te gaan, een eettent met altijd goede live muziek op het buitenpodium. Ooit hing Janis Joplin hier rond. Ze was veel in Austin. Op een bepaald moment in haar nog jonge carriere moest ze beslissen of ze zou toetreden tot de band van Roky Erickson. Ze besloot om toch eerst naar San Francisco te gaan. We weten allemaal hoe dat afgelopen is. Roky Erickson kreeg psychische problemen en zwierf jaren van de ene kliniek naar de andere. Vanmiddag staat hij, bijna 70 jaar oud, met zijn band bij Threadgills. 

Ooit had hij in de sixties een hit (You’re gonna miss me) en dat heeft hem de status van eeuwige roem bezorgd. Vooraf trekken techno en metal bands aan ons voorbij. Hoewel wij als jonge Goden al bijna het gras af geblazen worden, zitten en staan er om ons heen oudjes die, vaak overeind gehouden door een stellage, te swingen. Dat kan alleen in Austin. In Amsterdam denken oudjes dat Paradiso nog steeds een kerk is. Hier is het anders: alles is goed zolang het maar muziek is! Henk heeft een stoel gevonden en laat de muziek over zich heen denderen. Hij heeft last van het vroege opstaan en kan overal slapen.

Als Roky het podium op geholpen wordt stroomt het publiek toe. Al bij de eerste zinnen van het eerste nummer loopt hij rood aan. We wachten met alarm slaan tot hij eventueel blauw wordt. De gemiddelde BHV’er herkent deze symptomen meteen. Hij moet wel bijna doof zijn, zo hard speelt hij. Wij vinden het prachtig, het compenseert de ingehouden muziek die sinds gisteravond in ons brein hangt, lijkt het wel. We komen weer in evenwicht, ondanks de veel te zware lunch die we net binnen genoten hebben: biefstuk met melk. Heerlijk om even terug te zijn in de jaren `60. Gerard sluit zijn ogen en droomt terug. De vrijheid, de middelen, de muziek, de groupies. Als hij zijn ogen opent ziet hij de groupies van toen, leunend met onherkenbare lichamen op stokken en rollators, ouch, dat doet pijn, zeker omdat we zelf nog zo in shape zijn. Roky houdt het een uur vol en als de klanken van `You’re gonna miss me’ wegsterven is niet alleen hij maar het hele publiek uitgeput.

Wij echter voelen de power door onze vezels kruipen. We gaan meteen door naar de Saxon Pub. Kom maar op met die Americana. Moeilijk parkeren, de hele parkeerplaats vol vanwege het happy hour. Het vaste vrijdagavondbandje bestaat uit leden die nog ouder zijn dan Roky maar ze zijn populair. Er wordt gedanst (de anderen) en gedronken (wij). En dan moet het programma nog beginnen. Gerard heeft het naar zijn zin en laat weten dat als hij later nog eens een trouwpartijtje gaat vieren, dat dat dan rond deze tijd in de Saxon Pub moet plaatsvinden. Henk vindt dat een romantisch idee maar niet heus. Hij zit nog zijn besluit van eerder op de dag te verwerken. Na een hernieuwd bezoek aan de Pawn shop waarbij hij met zijn neus weer langs alle gitaren gegaan is, heeft hij besloten geen gitaar te kopen. Hij had zijn oog op een echte Taylor laten vallen maar in de ochtend had Gerard hem een filmpje op Youtube laten zien waarop een zanger te zien is wiens Taylor gitaar gesneuveld is tijdens een vlucht met United. Hij heeft er een liedje over geschreven waarvan United weer zo geschrokken is dat ze hem, ondanks eerdere weigeringen, alsnog schadeloos gesteld hebben. Bovendien, de gitaar die Henk kan betalen is niet de gitaar die hij wil hebben, die kost 1000 dollar meer. Geen gitaar dus. In mei is hij jarig en laat zich dan uiteraard graag verrassen door het thuisfront. Een Taylor graag.

Het wordt een dolle avond in de Saxon. Micheal Martin Murphey, verkleed als de plaatselijke sheriff, kan ons bekoren. Als we plots Duitsers spotten bij de ingang verbergen we ons in het buitengedeelte en maken nieuwe vrienden. Voor we het weten zijn we volkomen op de hoogte van hoe mooi je in Panama vakantie kan houden en vele andere zaken. Wij op beurt moeten alles vertellen over Amsterdam en dan vooral over `pot’. Wij doen of we geen idee hebben wat ze bedoelen. Opeens snappen we het. Oh, you mean ipod? Yes, we have ipods in Amsterdam. But we don’t smoke them. Wat er verder te doen is? Henk vraagt of ze van fruit houden. Ze knikken. Dan zou de Bananabar iets kunnen zijn misschien. Ze knikken, gaan ze doen. Terwijl wij deze diepgaande gesprekken voeren spelen binnen Two Tons of Steel en John Fullbright hun sets aan onze neus voorbij. Pas bij Blackie & the Rodeo Kings maken we ons los en beleven samen met onze Waterloo vriend Martin een prima set van drie door de wol geverfde muzikanten. Martin praat ons maar al te graag bij over deze jongens. Terwijl hij nipt aan zijn zoveelste biertje horen we dat die linkse (Blackie) de muziek voor de film ”Oh Brother where art thou”, geschreven heeft en ook voor de nieuwe HBO serie `Nashville’  waarvan enkele van de sterren een liedje meespelen vanavond. Blackie is een van zijn absolute favorieten. Als hij zijn bluessolo’s inzet zien we alleen nog Martins achterhoofd.

Morgen laatste dag, we beginnen warm te draaien.

One Size Fits All

13 maart 2014

Het incident van vannacht heeft er flink ingehakt. Iedereen is onder de indruk. De dader blijkt een 21 jarige rapper met al maar liefst 6 kinderen! Meer rappen vanuit de broek dus. De eerste zangeres in de Saxon Pub heft vanavond zelfs het volkslied aan. Was trouwens het meest dynamische liedje van haar optreden. Terwijl wij stoer Bud Light staan te hijsen aan de bar krijgen we het ene na het andere mierzoete liedje over ons heen. We zijn stoere rednecks en willen hardere muziek. Niet dat je als rechtschapen Hollander dronken kan worden van Bud Light. Dat kunnen alleen Amerikanen. Als de klok tegen twaalven loopt wordt het meestal een schreeuwende bende. Vanavond is het nog redelijk rustig. 

We hebben zelfs geen last van de Duitsers. Al jaren lopen we deze wat zonderlinge types hier in Austin tegen het lijf. Een groep uit Heidelberg van acht mannen en een echtgenote  die denkt dat ze een man is terwijl ze in werkelijkheid lijkt op geen van beide geslachten. Ze kennen een strakke hiërarchie. De leider ziet ons graag. Hij zit de hele avond strak op zijn kruk met naast zich zijn schildknaap die alleen mag knikken en alles betalen. Kennissen in Austin zijn leuk maar met de Duitsers zijn we wel uitgepraat. Ze zijn net zo gezellig als de airco op onze kamer: af en toe komt er plots geluid uit en blaas je weg. Eergisteren was het weer raak. We staan rustig te hangen en kijken wat rond als Gerard plotseling in Henks oor zijn stem verheft “De Duitsers” Henk hoort de angst in zijn stem. We proberen weg te duiken achter een iets te volmaakte, sorry, volgeraakte cowgirl maar het is al te laat. Günther heeft ons gespot en wenkt. We moeten ons melden. “ik ga niet”, zegt Henk maar loopt gedwee achter Gerard aan. Handje schudden, een paar algemeenheden, nog even blijven staan voor de beleefdheid, geen grappen maken, nee vooral geen humor, dat verschijnsel kennen ze niet. Met strakke gezichten die beter passen bij mannen op een gevaarlijke missie luisteren ze naar de muziek. Vreemde snuiters. De rest van het gezelschap uit ons buurland heeft überhaupt geen behoefte aan ons bestaan. Langzaam sluipen we weer weg. We hebben het weer overleefd.

Eerder op de dag zijn we gezellig gaan shoppen, de rest van de thuislijstjes. In de eerste Mall is het wel heel rustig. Algauw merken we waarom. De meeste winkelpanden staan leeg. Nog nooit meegemaakt in een Mall. Dit winkelcentrum is stervende. 

We rijden naar de andere kant van de stad. Gelukkig staat de ons meest vertrouwde Mall er nog en er zijn genoeg winkels. In Macy’s weten we naadloos de weg naar het ondergoed. Natuurlijk is Gerard weer zijn maat vergeten en moet Henk aan de achterkant op zijn flapje kijken. Dat kost moeite, Henk is zijn bril vergeten. Gerard zijn ondergoed zit strak. Henk moet hard trekken. Gerard zet zich schrap en de Filipijnse achter de kassa kijkt of ze de bewaking gaat bellen. Henk merkt dat Gerard zijn stem hoger wordt en moet stoppen met trekken om schade te voorkomen. De Filipijnse verkoopster heeft ons probleem inmiddels beter ingeschat en komt helpen. Helaas is ze te klein om boven de rand van Gerard zijn broek te kijken. Gerard moet de paskamer in. Henk hoeft niet mee. Hij gaat een spijkerbroek passen. Daar heeft hij Gerard voor nodig want ook hij kent zijn maten niet. Nadat Gerard zijn eigen maat ontdekt heeft sleept hij de ene spijkerbroek na de andere aan totdat Henk zich zijn maat weer herinnert: 34/32. Lastig dat twee heren hier niet samen het pashokje in mogen. Dat had ons een hoop tijd bespaard. De Filipijnse verkoopster is trouwens dezelfde als vorig jaar. Bij het afrekenen praat ze de oren van ons hoofd over Amsterdam en een visitorskorting die ze ons wil geven. Ze moet daar wel toestemming voor hebben dus wil ze de baas bellen. Ze is echter zo klein dat ze amper boven de toonbank uitkomt. Ze kan niet bij de telefoon en vraagt ons de hoorn aan te reiken. De baas stemt toe en we krijgen 10% vaste klantenkorting. We nemen afscheid en ze zwaait ons uit „See you next year”!  

Intussen volgen de artiesten in de Saxon Pub elkaar op. Na Carrie Elkin & Danny Schmidt volgt Ray Bonneville. Daarna de oude vertrouwde Eliza Gilkyson en als klap op de vuurpijl Dale Watson die, gestoken in een leren pak, ons inwijdt in de Honky Tonck muziek, een mengeling tussen Johnny Cash en Heino. Met veel humor en relativeringsvermogen rollen zijn liedjes door de Pub. Goed dat de Duitsers er niet zijn.

Aan het eind van zijn optreden is er 1 minuut stilte voor de slachtoffers. Die wordt gelijk gehouden op alle 150 podia in de stad. Indrukwekkend om Amerikanen stil te zien zijn. Tegen 1 uur rijden we voorzichtig (er zijn immers zo veel gekken op de weg) naar het hotel. Voor het slapen gaan drinken we wijn en eten chips.

Jeuk aan de naad

12 maart 2014

Het is fris en winderig (buiten). Vandaag de tijd om wat boodschappen te doen. De lijstjes van thuis worden steeds korter sinds ze zelf ontdekt hebben dat het ook voor vrouwen mogelijk is om naar Amerika te vliegen. De opdrachten die we nog mee krijgen zijn echter verre van eenvoudig maar hoogst noodzakelijk. We moeten voor Sophie naar de Tractor Supply om een of ander spulletje voor haar paard. Ze laat ons weten dat die winkel op iedere straathoek te vinden is. Als we de dichtsbijzijnde intoetsen blijkt dat bijna juist, het is alleen niet op de hoek van de straat maar op de hoek van de staat! We trotseren tolwegen om er te komen. Eenmaal binnen is het spul gauw gevonden. Henk bekijkt op het lijstje de hoeveelheid tubes die Sophie nodig heeft. Het blijkt om de gehele winkelvoorraad te gaan.

Bij de kassa aangekomen kijkt de introverte kassière verbaasd op van haar toetsenbord. Voor haar liggen 13 (dertien) dozen met tubes wormenkuur. Ze krabt zich op haar achterhoofd. „Geeh, You must have lots of horses”! Ze kan haar blik niet van de groene dozen afhouden. „Only one”, antwoordt Henk. Ze kijkt hem vol ongeloof aan. „ It’s the horse of my daughter” legt Henk uit. „I think she has a lot of worms”. 

Omdat we zo goede klant zijn krijgen we, heel passend bij de kwaal, een stuk ondergoed kado. We mogen kiezen.

Met een levenslange voorraad voor 80 paarden verlaten we de winkel, nagekeken door de kassière en de inmiddels door haar gealarmeerde medewerkers.

Na nog wat andere boodschappen gaan we vroeg naar de Saxon Pub. We hebben inmiddels wat meer zelfvertrouwen als het gaat om binnenkomen zonder kaart. We lopen langs de voordeur naar de zijdeur en gaan naar binnen waar we meteen een stempel vragen en ook krijgen. Het systeem van de kaartverkoop is niet helemaal waterdicht. Later zien we een jongen bij de ingang zonder stempel. Hij moet betalen maar zegt `Ik hoef alleen maar even naar binnen om een stempel te halen’ De vrijwillige lokale kaartverkoopster fronst haar voorhoofd bij het verwerken van deze ingewikkelde situatie. Okay, you go, zegt ze. En binnen is hij. Later zien we velen betalen en dat maakt ons trots! We lopen Martin tegen het lijf, een platenbaas uit de bekendste en grootste platenzaak van Austin: Waterloo Records. We zijn daar regelmatig om instore optredens te kijken. Waarschijnlijk heeft Waterloo dat afgekeken van North End, de bekendste platenwinkel uit Haarlem. Martin herkent ons altijd en we drinken een biertje met hem. Hij vertrouwt ons toe dat hij zonder te betalen via de zijdeur is binnengekomen. We kijken afkeurend en adviseren hem als boetedoening wat extra dollars in de fooienpot te doen. Martin kent de hele musicscene en vertelt dat hij vijf avonden in de week hier te vinden is en inmiddels een `rockin liver` heeft. Als mensen horen dat we uit Amsterdam komen hebben ze meestal wel een verhaal. Een manager van een legendarische rodeozanger die wij echt niet kennen (gelukkig), begint over de bananabar. Dat hij daar op advies van collega’s geweest was en dan alleen op de beneden etage. Naar boven vond hij te ver gaan om vijf uur `s middags. Hij is verbaasd als we vertellen dat we daar nog nooit geweest zijn. De lezers die ons beter kennen zullen minder verbaasd zijn.

Ondertussen spelen achtereenvolgens James McMurty , Shinyribs, Parker Milsap, Ray Benson & MilkDrive en Stoney Larue. Als de tent langzaam dronken draait verdwijnen wij in de nacht.

Als we de volgende ochtend wakker worden staat de telefoon vol berichtjes of alles goed met ons is. Pas dan lezen en zien we op tv dat er in de afgelopen nacht een ernstig incident heeft plaats gevonden. Een auto, achtervolgd door twee politiewagens is ingereden op festival bezoekers. Er zijn twee doden en veel ernstig gewonden. Verschrikkelijke domper voor de stad.

Disabled

11 maart 2014

Als we in de ochtend ontwaken in ons vertrouwde hotel lacht de ochtendzon ons toe en nodigt ons buiten uit. Schrijven en plannen maken in de ochtendzon is een van de voorrechten die Austin biedt. Ons vertrouwde tafeltje onder de boom is verdwenen maar bij het zwembad staan de ligstoelen klaar. Behalve het verdwenen zitje onder de boom is er nog meer veranderd rond het hotel. Het zijn de parkeerplaatsen. Ongeveer de helft is invalide parkeer plek geworden. Dat is opvallend want dit betekent dat ongeveer de helft van de gasten de status van invalide moet hebben verworven. 

Als we kijken wat voor gasten er in het hotel rondlopen zien we dat niet direct terug. Wat maakt de status van invaliditeit zo aantrekkelijk voor de gemiddelde Amerikaan? Als er uiterlijk geen onvolkomenheden zijn vast te stellen moet het wel gaan om inwendige gebreken. Dat prikkelt onze fantasie. Maagbanden, buitelende baarmoeders, het kan van alles zijn. Wij zijn vooralsnog blij dat we bij de tanende minderheid met redelijke lichamen behoren en lopen graag een stukje verder naar de auto. Volgend jaar zien we wel weer, hopelijk heeft een van ons dan een gebrek dat ons de privileges verschaft van de ineenstortende mens. 

We gaan de stad in. Henk is op gitarenjacht en de Pawnshop op South Lamar heeft er velen. Gitaren die symbool staan voor alle wanna be artiesten die huis en haard hebben verlaten om in Austin hun geluk te beproeven. Het uitblijven van enig succes en de daaruit voortvloeiende financiële nood noopt hen dan hun enig mogelijke bron van inkomsten voor een paar harde dollars van de hand te doen. De een zijn dood is Henk zijn brood. Hij mag mee naar achter waar er nog veel meer staan. Morgen begint de uitverkoop en moet hij toeslaan.

Tegen de avond rijden we naar de Saxon Pub. Spannend of we er zomaar zonder onze traditionele badge inkomen. Voor het eerst hebben we namelijk geen badge van SXSW gekocht. Dat spaart $ 1400 maar betekent dat we overal moeten proberen een kaartje te kopen. Met een stoïcijnse blik lopen we de porch van de Pub op en verwachten ieder moment te worden tegengehouden. 

Maar niemand kijkt naar ons om. Heimelijk zoeken we een plekje aan de bar en luisteren naar Miss Lavelle White, een prachtige donkere vrouw van tegen de tachtig die swingt als Aretha Franklin. We zijn vroeg en het is nog rustig. We proberen ons zo onzichtbaar mogelijk te maken, ieder moment een hand op onze schouder verwachtend die aan een strenge redneck behoort en ons om onze kaarten zal vragen. Henk stelt voor om ons anderhalf uur in het toilet te verschuilen. Gerard weet hoe het daar ruikt en doet daar niet aan mee. We moeten een inloop en uitloop stempeltje op onze hand zien te bemachtigen. Pas dan zijn we veilig. Na een uur aan een Coors Light te hebben gesabbeld wagen we het er op. Even kijkt de vrouw bij de deur ons wantrouwend aan maar dan opent ze spontaan haar doos en zet een stempel op onze handen. Lyrisch van opluchting bestellen we een veel te zwaar plaatselijk biertje (Negro Modelo) omdat je daar een citroentje bij krijgt. Dat betekent alsnog dat we een tijd op het toilet zoet brengen. Als we even later buiten zitten loopt Miss White langs en vraagt Henk waarom ze niet op een van de hoofdpodia van het festival staat.

Henk stottert iets over dat we haar gehoord en gezien hebben en dat we haar heel goed vinden maar dat we niet van de organisatie zijn. Ze lacht en aait hem over de wang. „I’ll pay you”, zegt ze „If you pay me” en weg is ze. 

We zien drie goede bands achter elkaar. Eerst de Damn Quails, daarna Rusty Truck (hoe verzin je zo’n naam) en tot slot blazen de Whiskey Myers ons de tent weer uit. Goeie band maar met sterallures die we op dit soort plekken niet gewend zijn. Ze hebben roadies die hun spullen opzetten en gebruiken allerlei verschillende gitaren die ze door die zelfde roadies aangereikt krijgen. De eerste nummers gaan op aan allerlei seintjes aan de technicus om dingen harder of zachter te zetten. Als je dat tevoren zelf even test voorkom je dat. Henk heeft die sterallures ook niet en kijk eens hoe ver hij er tot nu toe mee gekomen is. 

Rond half twee zijn we terug op de hotelkamer en valt Gerard kauwend op een broodje rosbief in slaap. Voorzichtig neemt Henk het broodje uit zijn hand en eet het verder op. Dan doet hij het licht uit en doorkruizen ze samen weer de nacht.

Voor de statistieken

Oliebaronnen

10 maart 2014

Lubbock in de morgen is net zo opwindend als Lubbock in de nacht. Maar iedere stad heeft zijn reden van bestaan. Lubbock is de stad van Buddy Holly. Ooit zaten we als jonge vaders ademloos voor de tv om te zien hoe Boudewijn Buch op zoek ging naar het graf van Buddy en een gesprek had met zijn zus. Nu zijn wij er zelf, bij de man van ’Peggie Sue’ die op 3 februari 1959, op 22 jarige leeftijd, om het leven kwam bij een vliegtuig ongeluk. Zijn rock&roll carriere van hem en zijn band The Crickets was net goed en wel begonnen. 

Vandaag is de dag dat we in Austin aankomen (That’ll Be The Day, ohh That’ll be the day). We zoeken onze weg door uitgestrekte bruin gekleurde vlaktes. Het landschap van Texas is net zo boeiend als de laatste tien cd’s van de Rolling Stones, verschrikkelijk saai en voorspelbaar dus. De laatste 100 mijl hebben altijd iets sentimenteels. Dan weten we dat het voorbij is en dat we een ander leven tegemoet gaan. We zullen ons niet meer kunnen verschuilen in onze bolide maar we worden onderdeel van de mensenmassa die, trekkend door de straten van Austin, alle bier en muziek tot zich zal nemen die er maar te vinden is. Langzaam zullen we van rondreizende toeristen veranderen in ongewassen freaks (We look like hell and We smell like yesterday) 

Een uur voor Austin houden we nog even halt bij een Historical Marker. Om de mijl wordt er zo’n, meestal letterlijk, hoogtepunt aangegeven. Doodsaai om te zien en te lezen maar je bent hier nou eenmaal dus niet zeuren. Zo zien we dagen niks anders dan bergen. dan wordt het eindelijk vlak en staat daar plots een eenzame berg die dan meteen weer een bijzondere attractie moet zijn. 

We blijven even zitten op een van de bankjes en knabbelen aan een broodje ham dat we een paar uur eerder bij een tankstation kochten. De ham heeft op de achterbank nog heerlijk in de zon kunnen garen en glijdt gladjes naar binnen.

Tegen de avond zijn we in ons hotel waar ze ons weer in 1 bed proberen te stoppen. Wij hebben langzamerhand zoveel ervaring met het weigeren van een dergelijk aanbod dat we kennelijk erg resoluut overkomen. We krijgen een smoking room met twee bedden en mogen morgen naar een non smoking. Want smoking, dat doen we toch buiten. 

We eten bij een Japanner en volgen tussen de sushi door the seasonfinal van The Bachelor. Twee barby poppen met een verschrikkelijke grijns op hun gezichten die elkaar, kwijlend uit alle gaten de liefde verklaren. We eten er passend sashimi bij. Gerard heeft natte ogen maar houdt bij hoog en bij laag vol dat het van de wasabi komt. 

Het loopt tegen elf uur als Henk nog even op het rokersbankje plaatsneemt. Een stel uit de buurt van Fredericksburg TX heeft hetzelfde plan en worden Henk’s eerste vrienden van dit jaar. De man blijft bier en rum aanslepen en vertelt ingewikkelde verhalen over hoe het boren naar olie precies in zijn werk gaat. Henk voelt op het laatst zijn eigen olie borrelen en zoekt ja knikkend zijn kamer op. Gerard slaapt al maar Henk moet zijn verhaal kwijt. Henk legt uit wat hij begrepen heeft en wat de mogelijkheden zijn om dit thuis in eigen tuin te gaan uitproberen. Gerard knikt ja en gaat weer slapen.

The Long Walk

9 maart 2014

Vredig ontwaken we onder een koude maar strakblauwe hemel. De zon legt het terracotta gekleurde stadje in een magische gloed. We waren bijna vergeten hoe mooi dat voelt. Rustig ontwaken we met zelf gezette koffie die zo slap is dat het zelfs niet voor thee kan doorgaan. Van de schrik kan je ook wakker worden dus drinken we op wat we zelf gecreëerd hebben. Straks onderweg maar iets beters scoren. We schrikken voor de tweede keer als we zien dat de klok een uur vooruit gesprongen is. Zomertijd in Amerika. Het is om dol van te worden, al die tijdzones en dan ook nog eens de zomertijd. Hoeveel kan een strak lichaam aan? Thuis zijn we al van slag als de jaarlijkse zomertijd of wintertijd intreedt en hier flitsen we als Star Wars helden van de ene tijdzone naar de andere zonder onze scherpte te verliezen. Het uur van vandaag vraagt om onmiddellijke planning en actie. Gerard doet het denkwerk en Henk voert uit. Normaal is het `Gerard doet het denkwerk en Gerard voert uit` maar Henk heeft er zin in vandaag en levert bij wijze van uitzondering dus graag zijn bijdrage. 

We schrijven ons stukje en vegen onze troep bij elkaar.  Om kwart over elf nieuwe tijd rijden we weg van Taos in zuidelijke richting alwaar we doorgaans Texas vinden. Al snel loopt de weg omhoog. We rijden door Carson’s Forest en voelen ons een met de natuur. Een uur rijden verder stoppen we bij een Creek, prachtig gezicht en een kabbelend geluidje. Gerard staart naar het riviertje en draait wat ongemakkelijk. Het kabbelende geluid roept herinneringen op aan vroeger, als toen hij bij de oude oma Veldhuijzen verplicht moest plassen bij het putje van het schuurtje. Oma liet dan het kraantje lopen, net zo lang tot… dat kon heel lang duren. 

image

Nog 1128 km naar Austin. In de middag komen we bij Fort Sumner. Hier heeft zich in de 19e eeuw een drama afgespeeld. Waar Carson, onze held van gisteren, een grote schurk blijkt. In naam van het zo genaamde Manifest Destiny (`We are all wounded at Wounded Knee’) werden meer dan 8000 Navajo Indianen uit hun omgeving weggevoerd en te voet naar het 490 mijl verder gelegen Fort Sumner gedreven. Carson was een van de verantwoordelijken voor de uitvoering van wat later `The Long Walk’ ging heten. Velen hebben de winterse barre tocht niet overleefd. Wie niet kon volgen werd afgemaakt. Eenmaal in het Fort moest zware arbeid verricht worden en kregen de Indianen voedsel dat ze niet kende en niet konden klaarmaken. Ongeveer 3000 Indianen hebben het niet overleefd. De maquette heeft veel weg van latere concentratiekampen. Rond dit drama vinden we uiteraard de giftshops met leuke souvenirs.

image

Verder op de weg ligt een begraafplaats met een beroemde bewoner in de persoon van William Henry McCarty, alias William H. Bonney, alias Kid Antrim, alias Billy the Kid. Nadat Fort Sumner gesloten was werd hier een huis met twintig kamers gebouwd. In 1881 schoot sheriff Pat Garrett Billy (toen 21 jaar) hier dood. Alls we bij het graf staan vragen we ons af wat toch de magie is van zo’n mannetje, waarom is hij een held? Waarom waren de Daltons helden en niet diegene die hen vingen? Waarom heeft Badr H. bij ons een cultstatus? Wat maakt deze gewelddadige mannen zo aantrekkelijk? Kunnen wij hier iets mee? 

image

Onze TomTom gaat al vele jaren mee en doet haar uiterste best. Puffend en stotend leidt ze ons over de wegen van Noord Amerika. Opladen doet ze niet meer en om de paar dagen neemt Henk haar respectvol in zijn armen om haar heel voorzichtig met een kleine naald te resetten. Dan mag ze een nachtje op het nachtkastje blijven slapen, dicht bij de baas. De volgende dag geeft ze dan weer alles. Vandaag gaat het heel even mis als de weg waarover ze ons leidt plotseling verandert in een grindpad en vervolgens een zandweg waarop we uiteindelijk gestopt worden door een hek. Daar staan we dan. In de verte kunnen we Texas al zien. Het lukt ons de wagen te keren. We zoeken zelf de weg met een protesterende TomTom op de achtergrond. Ze vind het niet leuk dat ze de regie kwijt is maar we verwijten haar niks.

image

Uiteindelijk zwijgt ze en past zich aan. Daarmee is de harmonie in de auto terug en rijden we tegen het avonduur Texas binnen. Avonduur? Tot onze schrik overschrijden we weer een tijdszone (van Mountain Time naar Central Standard Time) en leveren  opnieuw een uur in. Het is negen uur als we in Lubbock naar een slaapplaats zoeken. De stad heeft niet veel te bieden en dus ook geen slaapplaats. We rijden door het verlaten centrum en 2 keer de ringweg rond. Het is niet niks wat we zoeken, want het liefst willen we slapen naast een Texas Roadhouse. We zoeken dus niet naar een hotel en vervolgens naar een restaurant maar we keren dat om. 

Het loopt al tegen tienen als we de eerste en laatste maaltijd van de dag gebruiken.

image

On the Road

Katwijk 106

8 maart 2014

Vandaag een welverdiende rustdag. Hoewel, wat is verdiend? Henk leest in de ochtend zon The Grapes of Wrath van John Steinbeck over Tom Joad die met zijn hele familie in een oude truck in de crisisjaren `30 richting Californië trok. Met de hele huisraad hoog opgestapeld en 150 gespaarde dollars maakten ze deze helse tocht op zoek naar een beter leven. 

Bij ons is het omgekeerd want wij zijn vertrokken vanuit een beter leven en zoeken de ontberingen vrijwillig op. De Joads vertrokken iedere dag weer in alle vroegte vanaf het plekje langs de weg waar ze overnacht hadden om te proberen het volgende stadje te bereiken. Hebben wij dan een rustdag nodig? Het is deze zelfkritische houding die ons zo ver gebracht heeft in het leven. Wij nemen een dag rust en vragen ons, zittend in de hot tub af of we de rust wel nodig hebben. 

image

We hadden vandaag graag Taos Pueblo, een oude indianennederzetting,  bezocht maar wie schets onze verbazing. We zijn te vroeg. Halverwege de weg worden we tegengehouden door twee politie auto’s met blauwe en rode zwaailichten. Wat of de heren van plan zijn. De Pueblo is pas open in april. We zijn dus, geheel tegen onze gewoonten in eens een keer te vroeg! 

image

Dan maar de souvenirwinkels in Taos zelf. Daar zijn er genoeg van hier. Het is oorspronkelijk een oord van kunstenaars en schrijvers maar de hoogstaande ambities hebben in de loop der jaren plaats gemaakt voor de verkoop van allerlei spiegeltjes en kraaltjes (mannen als Cor G. zouden er een moord voor doen). 

We gaan weer terug naar onze Sun God Lodge waar de wind fris maar het leven goed is. Gerard bestudeert het leven van de lokale held Kit Carson. Hij was een pelsjager die zich als ongeletterd persoon alle Indianentalen aanleerde en drie keer een Indianenvrouw trouwde (hij wel) en zich ontpopte tot een sleutelfiguur in alle ellende tussen de Indianen en de blanken. Zo zien jullie maar lezers, we benutten alle momenten om onze toch al imposante kennis nog verder uit te breiden. 

image

Als de avond is gevallen bespreken we het leven en drinken wijn en eten een pond garnalen. Een bord hebben we niet dus liggen ze op een plastic zak en een tijdschrift. Tijdens onze vurige discussies sijpelt het vocht langzaam over de rand van het plastic en verdwijnt via de dekens diep in het matras van Gerard. Wat dit voor de volgende bewoners van kamer 106 zal betekenen kunnen we alleen maar vermoeden. Die nacht is Gerard schipper aan boord van de Katwijk 106, die met haar vangst op weg is naar IJmuiden. In de ochtend wordt hij gewekt door drie katten die voor de deur staan te miauwen. We pakken onze spullen en maken ons uit de voeten.

image

San Juan

7 maart 2014

De zon heeft zich nog niet laten zien als de hotelkamer van de heren wordt opgeschrikt door een enorm kabaal. Luid getoeter, ondersteund door een grote machine die zich op gang trekt. We zitten rechtop in bed. Een snijdende koppijn maakt Gerard pijnlijk duidelijk dat hij zijn hoofd iets te snel heeft bewogen, iets te snel voor na een Whiskey avond. Henk hopt met gemaakte frisheid zijn bed uit en kan daarbij net het houten nachtkastje ontwijken. Wel scheurt hij bij deze actie uit zijn pyamabroek, de pyamabroek, met een opdruk van paardjes, die hem zo vele jaren heeft bijgestaan in zijn tochten langs al die verschillende bedden overal over de wereld. Geen tijd om bij stil te staan. Hij snelt naar het raam en ziet vlak voor zijn gezicht een enorme locomotief voorbij rijden. Ploeterend en stomend verdwijnt het zwarte monster richting de straat waar een mannetje keurig het verkeer tegenhoudt. Na een meter of 60 stopt de trein en rijdt achteruit, weer langs ons raam, terug naar het stationnetje. Goedemorgen, nu snappen we waarom deze kamer zo aantrekkelijk geprijsd is. 

Vandaag naar Taos waar we twee nachten zullen blijven. Bijna 2000 mijl achter de kiezen en twee lichamen die bijna alleen nog in de zitstand kunnen functioneren. Het wordt tijd om de spieren wat nieuwe inspiratie te geven en dus bespraken we vooruit een motel met een hot tube in de open lucht. Gaan we als twee theezakjes lekker in hangen. Maar eerst het San Juan gebergte nemen. Weer de Rocky’s in. 

De Jack M Gamble Highway is rustig, een beetje te rustig. De weg stijgt en de temperatuur daalt. Tegen het middag uur naderen we de hoogste toppen. Er ligt sneeuw op de weg en er is sneeuw in de lucht. We komen nog slechts stapvoets vooruit. Af en toe glijdt de auto even van zijn pad maar herstelt zich steeds op tijd. Daar zitten we dan, huis en haard verlaten, in de val van San Juan. Onze gesprekken worden zwaarmoediger. Weten we wel hoe we vuur moeten maken? Hoe vang je met blote handen een wild beest? We kijken terug op ons leven. Wat hadden we anders kunnen doen? Hebben we ergens spijt van? Wat zullen we anders gaan doen als we hier toch nog levend uitkomen? Ons minder gek laten maken? Dansles?  De weg is wit en een bord geeft aan dat op deze hoogte geen sneeuwploegen of hulpdiensten meer komen. Zo kruipen voort, uur na uur. We praten zwijgend. Radio uit om eventuele lawines snel te kunnen waarnemen.  

Dan, heel langzaam, begint de weg te dalen. De temperatuur is nog steeds ver onder nul. Niet verstandig dus om de wagen te verlaten mochten we vastlopen. We rijden zoveel mogelijk over het rode strooisel op de weg. Zo is de kans op overleven het grootst.  

Plotseling: de zon over de weg en terug in ons leven. Een kwartier later begint de temperatuur langzaam te stijgen en is de weg sneeuwvrij. We zijn dankbaar (wat is dat eigenlijk precies, Benedicte?) en voelen ons een ander mens. We hebben voor eens en voor altijd ontzag gekregen voor de natuur en beloven elkaar plechtig dat we van nu af aan alle parken zullen bezoeken die we tegenkomen. Als het goed is komen we er toch geen een meer tegen.

Dalend vanuit de bergen strekt zich langzaam maar zeker Taos Valley uit. Oneindige vertes en op de achtergrond uiteraard weer bergen. In de vallei hier en daar kleine nederzettingen met zo het lijkt creatieve Ruigoord types en zelfs huizen van flessen opgebouwd. Idee, we kunnen alleen al van de flessen van deze trip een middelgrote gezinswoning neerzetten. Met garage. 

We naderen een kloof. Als we de diepte in kijken zien we honderden meters lager de Rio Grande. Niet eens heel breed of ruw, nee, gewoon in de loop van vele duizenden jaren langzaam steeds dieper in het gesteente verdwenen. Wij vinden het beiden prachtig om te zien. 

In Taos vinden we onze nederzetting voor twee nachten. Na een goed diner is het licht in kamer 106 al om negen uur uit. 

Het zwarte monster