Grunninger Koek

12 maart 2012

Vertrek uit Fort Worth naar Weatherford. Wat wij in Weatherford moeten? We hebben een missie. We worden ieder jaar een beetje meer het slachtoffer van internet en onze kinderen die daarin wonen. Hoe leuk was het vroeger als je vader thuis kwam en je vol spanning wachtte tot hij moeder gezoend had en zijn tas neerzette. Zat er wat voor ons in? Soms kon het uren duren, dan ging vader eerst aan moeder vertellen hoe de reis naar Appelscha geweest was en zette moeder een vers kopje thee. En wij maar wachten. Had hij wel iets mee genomen? Vragen kon je het niet, dan kreeg je het voor straf drie weken later. Als het dan een autootje was, had je er nog wat aan maar als het een Groningse koek betrof kon het zo de prullenbak in. Niet dat je met een verse Groningse koek wel blij was maar soms was het niet anders. Een vader kocht vroeger iets in het winkeltje waar hij toevallig langs liep op weg van hotel naar vergadering. Hij ging echt niet de straten af om iets passends te zoeken voor al die kinderen. Dat wist je, dat kon je ook niet vragen van je vader. Je vader was er om vader te zijn, de hoeder van het gezin, de man met de portemonnee. Alles wat hij verder nog deed naast dat hoeden was mooi meegenomen maar wel duidelijk een extraatje. Wij haalden het dan ook niet in onze hoofd om vader bij vertrek een of meer suggesties te doen over waar hij ons kinderen eventueel een plezier mee zou doen, no way. 

Nu is alles anders. Nu krijgen we een lijst mee, genoeg om een container (een 40 kuuber, om met Gerard te spreken) mee te vullen. Op die lijst staat ook precies waar we ons in Amerika moeten melden. In welke staat, in welke stad, bij welke winkel, welk filiaal, welk deel van de winkel, welk rek en welk stapeltje.

Daarom zijn wij op weg naar Weatherford. We zijn op weg naar Teskey’s, een winkeltje met paardenspullen. De winkel is gauw gevonden. Ach dat doet papa voor zijn dochter, even een lijstje spullen halen. Aan de buitenkant ziet de winkel er beheersbaar uit maar als we de deur openen, en een eerste blik naar binnen werpen, slaat de schrik om ons hart. Een stap binnen en we zijn al verdwaald in een oneindige ruimte vol met zadels, dekens, zwepen, halsters, bitten, lasso’s, broeken, petten etc.

Een gevoel van wanhoop maakt zich van ons meester. Dit gaat uren duren. We hebben net zo veel verstand van paarden als van breien. Helemaal niks. Waar moeten we beginnen? Gelukkig hebben we altijd ons charmante voorkomen nog en trekken we al gauw de aandacht van een drietal dames die na een blik op de lijst uiteen schieten om de spullen van het lijstje ergens uit die grote winkel te halen. Tevreden leunen we achterover maar dat duurt maar even. We moeten meelopen. We snellen achter een van de dames aan en moeten alle zeilen bijzetten om haar niet uit het zicht te laten raken. Links langs de zadels, dan rechts langs de drinkbakken recht op de hooizakken af. Daar moeten we er een of twee van hebben. Hoe groter de stapel wordt hoe meer we de gezichten van de douane voor ons zien bij het inchecken. “You need an extra plain?”. We leggen enorme afstanden af van het ene naar het andere item en verlaten tenslotte gerijpt en gestript het winkeltje. Dit moeten we niet te vaak doen of we moeten vanaf morgen in training gaan om ons genoeg kracht te geven voor de andere lijstjes. 

Met een licht gevoel van tevredenheid stellen we de TomTom in op Austin. Eindelijk naar huis. Het gebied dat we doorkruisen is over het algemeen vlak en kleurloos maar voor ons is het het mooiste landschap van Amerika! 300 km later zitten we in ons hotel. Voor het eerst een hotel in Noord Austin in plaats van bij het vliegveld. Prima hotel en we kennen geen sentiment aangaande het hotel waar we al die jaren hiervoor verbleven. Zij ook niet want ze hadden de prijs voor dit jaar verdubbeld! Bij ons houden sentimenten toch redelijk snel op als het teveel geld gaat kosten. We hebben hier een prima kamer met ijskast en magnetron. Alleen het internet wil niet helemaal lukken. Dat is niet iets waar Gerard zich makkelijk bij neerlegt. Er volgt een ware strooptocht langs alle ICT medewerkers van het concern. Als een promotor zit hij te bellen en te discussiëren. Uiteindelijk blijkt dat het hotel internet slechts 4 apparaten per kamer tegelijk toelaat, wij hebben er 6!  Dat wordt schipperen voor ons. Een extra wachtwoord biedt uitkomst.

’s Avonds eten we op de kamer. We serveren ons zelf een lichte maaltijd bestaande uit groente, garnalen en KFC kipjes. En een wijntje erbij, dat dan weer wel. Als er afgewassen moet worden ligt Gerard al te snurken. Hij heeft ons weer veilig naar Austin gebracht, als een hoeder, als een vader. Dan mag je rusten.    

Comments